Voor reserveringen bel 073 612 50 38

Biljart | Spelregels biljart

Voor deze spelregels beperken we ons tot de biljartvorm ‘libre’, waar dus op alle plaatsen caramboles mogen worden gemaakt.

Begin van een partij
Volgens de spelregels moet men voor de afstoot ‘trekken’ om te bepalen wie de aanvangsstoot moet doen. Dit heeft echter niets te maken met de trekstoot. De twee witte ballen worden op de hoogte van de benedenacquits (of op de ‘afstootlijn’) gelegd. Beide spelers stoten nagenoeg gelijk, ieder met een witte bal, naar de korte bovenband. De speler van wie de bal het dichtst bij de korte benedenband terechtkomt, mag kiezen wie de afstoot moet doen. De biljarter die de acquitstoot neemt (of moet nemen), heeft gedurende de hele partij de gemerkte witte bal, zijn tegenspeler de ongemerkte witte bal. Voor de afstoot worden de ballen als volgt neer gelegd. De rode bal op het bovenacquit, de ongemerkte bal van de tegenstander op het benedenmiddenacquit en de eigen speelbal (de gemerkte bal) naar keuze op het linker- of rechterbenedenacquit. De speler die de partij niet begint, krijt aan het eind van de partij de zogenaamde gelijkmakende beurt. Heeft de speler die het eerst is begonnen als eerste het noodzakelijke aantal punten verzameld (bij libre is dat 300 of 500), dan mag de andere speler de nastoot hebben, omdat hij een beurt minder heeft gehad. In dat geval worden de ballen voor hem op de acquits gelegd.

Carambole
De speler moet met zijn bal de beide andere ballen raken. Dat noemen we een carambole. Hij mag doorspelen zolang hij caramboles blijft maken. Lukt dat niet, dan is de tegenspeler aan stoot. Men mag niet verder spelen of een reeds gemaakte carambole tellen, als men stootte vóór alle ballen stil lagen. Een eventueel gemaakte carambole is ongeldig als de speler niet minstens de tenen van één voet op de grond hield. Speelt men met de verkeerde bal, dan is de gemaakte carambole niet geldig en gaat de tegenstander met de dezelfde bal verder. Als in een wedstrijd een van de spelers tot op vijf caramboles van het einde van de partij is gekomen, zal de arbiter dit bekend maken (’annonceren’) door ‘en nog vijf’ te roepen.

Vastliggen van de ballen
Als de stootbal vastligt tegen een van de andere ballen, dan kan een speler kiezen: de ene mogelijkheid is herbeginnen met de acquitstoot, de andere is naar de vrijliggende bal spelen of een losse-bandstoot maken. Bij de laatste mogelijkheid mag de speelbal de vastliggende bal bij het stoten niet laten bewegen. Bij het libre-spel op groot biljart is het in dit geval verplicht weer met de acquitstoot te beginnen. Bij het driebandenspel gelden in dit geval andere regels.

Het uitspringen van een bal
Als een van de drie ballen van het biljart wordt gestoten of de houten omlijsting raakt, wordt dit als een fout beschouwd. Is een bal buiten het biljart beland na het caramboleren, dan wordt de carambole als ongeldig beschouwd. Deze regel geldt ook als een bal slechts over de rand rolt en daarna terugkeert op het biljart. Uw beurt is voorbij en uw tegenspeler moet met de acquitstoot beginnen. Bij het driebanden gelden ook nu andere regels.

Toucheren
Onder toucheren verstaat men het aanraken van een van ballen – door welke oorzaak ook – met de hand, keu, das, kledingstuk (jaspand) of welk voorwerp ook. De speler die een bal toucheert, is zijn beurt kwijt en zijn tegenstander mag verder spelen. Is een bal door het aanraken verplaatst, dan moet hij blijven liggen waar hij terecht is gekomen.

Biljarderen
Hieronder verstaat men dat de pomerans van de keu nog met de speelbal in contact is als de speelbal de tweede bal of een band raakt. In dit geval is de (eventuele) carambole ongeldig en is de tegenspeler aan de beurt.

Etiquette
Sportiviteit is niet in regels en voorschriften te vangen. Er zijn duizend en één manieren te bedenken waarop u uw tegenspeler uit zijn rust en concentratie kunt brengen; sommige spelers kunnen nu eenmaal hun verlies slecht verwerken en reageren dat op hun tegenspeler af. Voor al die situaties kan men geen regeltjes bedenken. Daarom geven we een tiental grondregels waar u zich in elk geval aan dient te houden.

•Wees altijd sportief, ook als u verliest
•Waardeer het spel van uw tegenstander (toon ook interesse als u niet aan de beurt bent)
•Een hand geven voor en na de wedstrijd is een normale sportieve vorm van wederzijds respect
•Ga tijdens de wedstrijd niet in discussie met de arbiter over de vraag of een bal goed of fout was
•Vraag aan de arbiter of hij nogmaals wil beoordelen of een bal vastligt
•Houd uw eigen concentratie vast en verstoor die van uw tegenspeler nooit
•Blijf altijd beheerst, niet praten, schelden of stampen met de keu
•Wanneer u tijdens een wedstrijd naar het toilet moet, laat dan eerst uw tegenstander uitspelen. Bent u aan de beurt, laat dan de arbiter zeggen dat u eerst naar het toilet gaat
•Ga, nadat uw beurt voorbij is, altijd op uw stoel zitten. Blijf niet bij de tafel staan
•Neem uw krijtje mee naar uw zitplaats wanneer uw beurt voorbij is

Tot de normale etiquette hoort ook dat u zich bij wedstrijden aan de kleding houdt die door uw vereniging en/of biljartbond is voorgeschreven. Voor de Nederlandse en Belgische Biljartbonden zal die kleding als regel bestaan uit een zwarte pantalon, zwarte schoenen en sokken, een effen wit overhemd, een trui of vest in een door de bond toegestane kleur en een zwart vlinderstrikje of stropdas