Voor reserveringen bel 073 612 50 38

Pool | Spelregels pool

Algemene regels

Stoten
De speelbal mag alleen met de pomerans worden gestoten. Wordt de bal anders dan met de pomerans gespeeld, is het een fout.

Begin van het spel
De volgende procedure wordt gebruikt om te bepalen welke speler mag beginnen: elke speler pakt een bal van dezelfde grootte en gewicht. De ene speler plaatst de bal links achter de koplijn, de andere rechts. De spelers stoten tegelijkertijd de bal naar de voetband van de tafel. De speler wiens bal het dichtst bij de kopband belandt mag beginnen. De aangespeelde bal moet minimaal eenmaal de voetband raken. Contact met andere banden is toegestaan met inachtneming van het onderstaande. Deze “toss-opstoot” wordt automatisch verloren als:

•de bal op de helft van de tegenstander komt;
•de bal de voetband niet raakt;
•de bal in een pocket verdwijnt:
•de bal van de tafel springt.
Indien beide spelers de regels overtreden of als de referee niet kan beoordelen welke bal het dichtst bij de kopband ligt, wordt de stoot overgespeeld. De winnaar bepaalt wie de wedstrijd begint.

De openingsstoot
De speelbal is bij de openingsbreak “in-hand” en moet van achter de koplijn worden gespeeld. De objectballen worden geplaatst volgens de regels van het spel dat wordt gespeeld.

Speelbal “in-hand” achter de koplijn
Als de speelbal “in-hand” is achter de koplijn, blijft hij “in-hand” totdat de speler de bal uit de “kitchen” speelt door middel van een legale stoot of als de referee constateert dat de speler, in een duidelijke poging de bal te stoten, de bal anders raakt dan met de pomerans. De bal mag worden verplaatst met de hand of met de keu, zolang de bal “in-hand” is. Als de bal eenmaal “in-play” is, mag de loop van de bal niet meer worden veranderd, anders is het een foul.

Gepotte ballen
Een bal wordt als gepot beschouwd, indien hij door een legale stoot van tafel in een pocket verdwijnt en daar blijft. Als een bal terug op tafel springt, wordt hij niet als gepot beschouwd.

Positie van de bal
De positie van de bal wordt bepaald door het punt waar de bal op de tafel rust.

Een voet op de vloer
Het is een foul indien een speler tijdens de afstoot niet met minimaal een voet de vloer aanraakt.

Afstoten als een bal nog beweegt
Het is een foul als de speelbal wordt gespeeld indien deze of een van de objetballen nog in beweging is.

Einde van een stoot
Een stoot is ten einde als alle ballen volledig stil liggen.

Afbakening van de “kitchen”
De koplijn maakt geen deel uit van de “kitchen”. Als een bal precies op de koplijn ligt, ligt hij niet in de “kitchen” en mag hij worden aangespeeld als de regels van een bepaald spel vereisen dat een bal buiten de “kitchen” moet worden aangespeeld. Als de speelbal “in-play” wordt gebracht in de “kitchen”, moet hij achter de koplijn worden geplaatst.

Fouls
Het is een foul als:

•de speelbal wordt geraakt anders dan met de pomerans;
•de speelbal twee keer wordt geraakt:
•de speelbal vooruit wordt geduwd, in plaats van gestoten;
•de speelbal het contact met het speelvlak verliest (springt) bij een opzettelijke poging (om bijvoorbeeld een in de weg liggende bal te vermijden). Indein de bal per ongeluk van het speelvlak springt is het een foul.
Algemene regels bij een foul
Hoewel de straffen voor een foul verschillen van spel tot spel is het volgende bij iedere foul van toepassing:

•de beurt van de speler is voorbij;
•indien er een of meerdere ballen worden gepot tijdens een “foul-stroke”, wordt of worden deze niet geteld.
Fouls waarvoor de speler ook verantwoordelijk is
De speler is verantwoordelijk voor krijt, bruggen en andere voorwerpen of hulpstukken die hij gebruikt. Als hij bijvoorbeeld een krijtje op tafel laat vallen of een hulpstuk gebruikt en daarmee een van de ballen “in-play”raakt, is dit een foul.

Definitie van “jumped balls”
Een bal, die tot rust komt na een stoot anders dan op het speelveld (bijvoorbeeld op de band of op de vloer) is een “jumped-ball”. Een bal mag op de bovenkant van een band stuiten, als hij maar weer op het speeloppervlak terugkomt, zonder iets te raken dat niet bij het speelmateriaal hoort. Een “jumped-ball” wordt terug geplaatst (gespot) wanneer alle ballen stil liggen. Wanneer het een objectbal betreft geven de specifieke spelregels aan of het een foul is en of de bal gespot, danwel in een pocket gestopt moet worden. Indien de “jumped-ball”de speelbal is, is het een foul.

Straf bij een opzettelijke foul
Als de speelbal “in-play” opzettelijk wordt geraakt anders dan met de pomerans, zal de betreffende speler de waarschuwing krijgen dat, indien hij het nogmaals doet, de wedstrijd zal verliezen.

Foul-limiet
Tenzij beplaalde regels van een spel anders bepalen, is er maar een foul mogelijk tijdens een “inning” (1 beurt aan de tafel). Indien een speler bestraft moet worden voor meerdere fouls, wordt hij met de zwaarste bestraft.

Uit zichzelf bewegende ballen
Indien een bal uit zichzelf beweegt, zal hij in de posaitie blijven waar hij stopt en zal het spel verder gaan. Een bal die op de rand van een pocket ligt en er vanzelf invalt (na minimaal 3 seconden stil gelegen te hebben) zal zo goed mogelijk op de plek neergelegd worden waar hij lag, waarna het spel verder gaat.

Indien een objectbal uit zichzelf in een pocket valt, terwijl een speler de speelbal naar deze bal toe speelt en de speelbal over de plek rolt waar de objectbal lag, worden beide ballen in hun originele posities terug gelegd en moet de speler dezelfde stoot nogmaals doen.

Het “spotten” van ballen
Als de regels aangeven dat objectballen terug op de tafel gelegd moeten worden, dan moeten deze op de “long-string” gelegd worden als alle ballen stil liggen. Wanneer het gaat om één bal, dan moet deze op de voetspot “gespot” worden. Indien er meerdere ballen “gespot” moeten worden, dan moeten ze op de “long-string” (in numerieke volgorde) geplaatst worden, te beginnen bij de voetspot en dan in de richting van de voetband. Indien een bal niet op de voetspot geplaatst kan worden omdat deze bezet is door een bal “in-play” moet hij op de “long-string” zo dicht mogelijk bij de boetspot geplaatst worden, tegen de in de weg liggende bal aan.

Wanneer er geen ruimte is op de “long-string” naar de voetband toe, dan moet(en) de bal(len) in het verlengde van de “long-string” voor de voetspot geplaatst worden. Ook hier moet de bal dan zo dicht mogelijk bij de voetspot geplaatst worden en in dezelfde numerieke volgorde, d.w.z. de laagst genummerde bal het dichtst bij het midden van de tafel.

Jawed balls
Wanneer twee of meer ballen zo tussen de banden van een pocket (jaws) liggen, dat er één of meer de tafel niet meer raakt, moet de referee beslissen of de bal, als hij de tafel zou raken, in de pocket zou verdwijnen. Indien dit het geval is, moet de bal als gepot beschouwd worden en in de packet gestopt worden. Ballen die de tafel wel raken moeten als niet gepot beschouwd worden. Deze worden naar het oordeel van de referee zo geplaatst alsof er geen sprake was van “jawed balls”.

Extra gepotte ballen
Wanneer een speler, in een correcte stoot, buiten de door hem/haar aangewezen bal nog één of meerdere ballen pot, worden deze geteld als correct gepotte ballen.

Non-player interference
Wanneer de ballen worden bewogen (of de speler zodanig wordt aangeraakt, dat het spel direct beïnvloed wordt) door iets of iemand buiten de speler zelf, moeten de ballen op hun plek worden terug geplaatst en mag de speler verder gaan.

Break volgorde
Wanneer partijen worden gespeeld waarin dezelfde spelers meerdere games tegen elkaar spelen, zal iedere speler om beurten een game beginnen. Tijdens een game moeten de spelers ook om beurten spelen. Een beurt (inning) eindigt wanneer een speler niet correct een bal pot of een foul maakt.

8-BALL

8-BALL
Tenzij anders aangegeven zijn bij deze aanvullende regels de algemene regels van toepassing.

Doel van het spel
Dit spel is een zgn. “call-shot”, d.w.z. dat de speller voor iedere stoot moet aanduiden welke bal hij gaat potten én in welke pocket. Er wordt gespeeld met één speelbal en 15 objectballen. De ene speler moet de nummer 1 t/m 7 potten (effen ballen) terwijl de andere speler de nummers 9 t/m 15 moet potten (gestreepte ballen). De speler die zijn/haar groep het eerst heeft gepot en tevens de 8-ball volgens de regels heet gepot, is winnaar.

Call-shot
Bij “call-shot” moet de speler voor iedere stoot aanwijzen of aankondigen welke bal hij/zij in welke pocket gaat spelen. Het is niet noodzakelijk om details aan te duiden zoals via welke band(en) caramboles e.d.

Indien de bal niet in de aangeduide pocket gespeeld wordt, of in een andere pocket, is de beurt voorbij, maar is het geen foul. Indien de aangeduide bal in de juiste pocket wordt gespeeld, blijft deze in de pocket. Zijn er ballen niet volgens de regels gepot, dan komen de ballen van de speler die heeft gestoten terug op tafel. Eventueel gepotte ballen de tegenstander blijven in de pocket. Alleen als er wordt gespeeld op een tafel met muntinworp, blijven alle ballen in de pockets.

Plaatsen van de ballen voor aanvang van het spel
De 8-ball in het midden, één effen en één gestreepte bal worden links- en rechtsachter geplaatst. De andere ballen mogen op willekeurige wijze worden geplaatst.

Openingsbreak
Door toss wordt bepaald wie de break van de eerste game mag doen. Tijdens individuele wedstrijden begint de verliezer van een game de volgende game. Bij teamwedstrijden wordt om en om met de game begonnen.

Open table
Er wordt gesproken van een “open table” indien er nog geen keuze van een groep gemaakt is. Indien er sprake is van een “open table” is het toegestaan om via een effen (of de 8-ball) een gestreepte bal te potten of omgekeerd.

8-ball gepot tijdens de break
Indien de 8-ball wordt gepot tijdens de break, mag de speler die heeft gestoten bepalen of de ballen terug worden geplaatst in de beginpositie of dat de 8-ball wordt “gespot”. Dezelfde speler blijft aan de beurt.

Correcte openingsbreak
Een openingsbreak is correct uitgevoerd indien er een bal wordt gepot of 4 objectballen in de richting van de kopband worden gespeeld. Indien een break niet correct is uitgevoerd, is dit geen foul. De tegenstander mag echter bepalen of de positie van de ballen gehandhaafd blijft of dat ze worden geplaatst in de beginpositie en dat hij zelf de openingsbreak doet.

Het is niet noodzakelijk om eerst de kopbal te raken (de bal op de voetspot) om een correcte break te maken.

“Scratch” bij een correcte stoot
“Scratch” wil zeggen dat de speelbal wordt gepot. Gebeurt dit tijdens een break-shot, blijven alle ballen in de pocket. Alleen de 8-ball wordt terug “gespot”. Het is een foul en er is een “open table”. De speler die aan de beurt is heeft de speelbal “in-hand” achter de koplijk en mag geen objectbal aanspelen die ook achter de koplijn ligt, tenzij de speelbal eerst naar een punt vóór de koplijn wordt gespeeld om daarna de objectbal achter de koplijn te raken.

Als een speler de speelbal voor de koplijn plaatst, moet de referee of tegenstander verzoeken om de bal achter de koplijn te plaatsen. Het is geen foul als de speler gehoor geeft aan dat verzoek of als er geen verzoek is gedaan. De basis van de bal (het punt waar de bal de tafel raakt) bepaalt of de bal vóór of achter de koplijn ligt.

Een objectbal is aanspeelbaar indien de basis van de bal vóór de koplijn ligt.

Correct stoot
Bij iedere stoot (behalve bij de openingsbreak en een “open-table” moet de speler eerst een bal raken van zijn eigen groep en tevens een objectbal potten of zorgen dat of de speelbal of een van de objectballen een van de banden raakt. Het is toegestaan om via de ban de objectbal aan spelen. Echter, na het raken van de objectbal, blijft het bovenstaande van kracht.

Keuze van de groep
De keuze van een groep (effen of gestreept) wordt niet gemaakt tijdens de openingsbreak, zelfs als hierbij van één of beide groepen ballen zijn gepot. Er is na de openingsbreak altijd strake van een “open-table”. De keuze van de groep wordt alleen bepaald wanneer een speler een objectbal correct pot na de openingsbreak.

Score
Een speler mag zijn beurt voortzetten totdat hij een objectbal van zijn groep niet correct weet te potten. Als een speler alle ballen zijn groep heeft gepot, moet hij proberen de 8-ball te potten.

Fouls
De volgende overtredingen van de regels resulteren in een foul:

•het onjuist uitvoeren van de “correcte stoot” zoals deze is beschreven;
•een “scratch-shot” (als de speelbal in een pocket verdwijnt);
•een “scratch-shot” bij een correcte break;
•tijdens de stoot raakt niet minstens één voet de vloer;
•een van de ballen raken op een manier, anders dan beschreven in de reglementen, bij “legal-play”;
•een opzettelijke “jump-shot” over een andere bal door de speelbal te “scheppen” met de keu. Het is geen foul indien de speler per ongeluk de bal verkeerd raakt, zodat deze los van het speeloppervlak komt;
•tijdens teamcompetitie is het niet toegestaan dat een teamlid van degene die aan stoot is adviezen of aanwijzigen geeft. Gebeurt dit wel, dan wordt een foul toegewezen aan degene die aan stoot is.
Straf bij een foul
Als een speler een foul veroorzaakt, krijgt de tegenstander de speelbal “in-hand”. Dit betekent dat hij de bal mag plaatsen waar hij wenst. Dit hoeft niet achter de koplijn te zijn, behalve bij een openingsbreak. Deze regel voorkomt dat een speler opzettelijk een foul maakt, zodat zijn/haar tegenstander daar nadeel van zou hebben.

De speler met de “ball in-hand” mag dus met de hand (en indien noodzakelijk meerdere keren) de ergens in het speelvlak van de tafel plaatsen. Ook de shaft van de keu (niet de pomerans) mag worden gebruikt om de bal te verplaatsen.

Combinatie-stoten
Een combinatie-stoot is toegestaan, echter de 8-ball mag niet als eerste bal in een combinatie-stoot gebruikt worden, behalve als er sprake is van een “open-table”.

Onjuist gepotte ballen
Een objectbal wordt als onjuist gepot beschouwd indien deze is gepot tijdens een stoot waar tevens een foul is veroorzaakt of als de bal niet in de aangeduide pocket is gepot. De gepotte ballen van de speler worden terug op de tafel “gespot” op de voetspot, terwijl de gepotte ballen van de tegenstander gepot blijven.

Indien er wordt gespeeld op een tafel met muntinworp blijven alle gepotte ballen van tafel.

Objectballen die van de tafel springen
Als een objectbal van tafel springt, is het een “miss” en gaat de beurt naar de tegenstander. Het is geen foul. Ballen van de speler komen terug op de tafel. De ballen van de tegenstander worden in een pocket geplaatst en als gepot beschouwd.

Het “spotten” van de ballen
Als een objectbal “gespot” moet worden, wordt deze op de “long-string” geplaatst (dit is een lijn die loopt van het centrum van de voetband naar de voetspot en, indien noodzakelijk, verder), zo dicht mogelijk bij de voetspot.

Een bal vast aan de band
Indien een objectbal wordt aangespeeld, die vast tegen een band ligt, moet de speelbal die vastliggende bal raken en (1) deze bal of een andere objectbal potten of (2) de vastliggende bal naar een andere band spelen of (3) de speelbal of een andere objectbal naar een andere band spelen. Indien dit niet lukt is dit een foul.

De 8-ball aanspelen
Als de 8-ball wordt aangespeeld, moet de speler duidelijk aanduiden in welke pocket hij gaat spelen. Als de speler niet aanduidt in welke pocket hij gaat spelen is het de verantwoordelijkheid van diens tegenstander en de referee om dit te vragen voordat de speelbal gestoten wordt. Als de speler de 8-ball pot zonder aan te duiden in welke pocket en als de tegenstander of referee dit niet hebben gevraagd, wordt de game gewonnen door die speler.

Verlies van de game
Een speler verliest de game bij een van de volgende fouten:

•als hij een foul maakt, terwijl hij de 8-ball pot;
•als hij de 8-ball pot in dezelfde stoot als de laatste objectbal van zijn groep;
•als de 8-ball van tafel springt;
•als de 8-ball wordt gepot in een andere pocket dan aangeduid;
•als de 8-ball wordt gepot terwijl het niet de juiste objectbal is.
Bij een “scratch” of een foul terwijl er op de 8-ball wordt gespeeld, maar die niet wordt gepot of van de tafel springt, is het geen verlies van de game.

Patstelling
Als in 3 achtereenvolgende beurten van beide spelers (6 beurten in totaal) met opzet een foul of “scratch” wordt veroorzaakt, wordt de game in een patstelling beschouwd. Beide spelers weten dat een poging een objectbal te verplaatsen of te potten kan resulteren in een direct verlies van de game.

De game wordt dan totaal overgespeeld en de speler die deze game was begonnen, begint opnieuw met de openingsbreak.

LET OP; drie opeenvolgende fouls van één speler betekent niet dat hij de game verliest.

Tijdsregel
Als volgens de referee, een speler een wedstrijd ophoudt door constant langzaam spel, kan hij deze speler waarschuwen en hem een tijdslimiet opleggen van 1 minuut tussen 2 stoten. Als een referee deze tijdslimiet aan een speler heeft opgelegd en die speler overschrijdt deze limiet, wordt een foul afgeroepen en krijgt de tegenstander de bal “in-hand”.

9-BALL

Doel van het spel
Nine ball wordt gespeeld met de witte speelbal en de genummerde ballen van een tot en met negen. Bij elke stoot moet de speelbal als eerste de laagst genummerde bal op de tafel raken, doch de ballen moeten niet in volgorde gepot worden. Zolang hij op een geldige manier genummerde ballen pot en hij geen foul maakt of het spel wint door de 9-ball te potten, blijft een speler aan de beurt. Na een misser moet de aan tafel komende speler beginnen met de speelbal op de plaats waar hij ligt; werd er echter een foul gemaakt, dan krijgt hij de bal in de hand overal op de tafel. De stoten moeten niet aangekondigd worden.
De openingsconfiguratie
De ballen worden in een ruitvorm gelegd met de 1-ball op het voetpunt, en de 9-ball in het centrum van de ruit, die met de lange diagonaal op de lange lijn ligt.
De overige ballen liggen willekeurig in de ruit waarbij ze elkaar moeten raken. Het spel begint met de speelbal in de hand achter de hoofdlijn.

De geldige openingsstoot
De regels voor de openingsstoot zijn dezelfde als voor alle andere stoten, met de volgende bijzonderheden:
de openende speler moet niet enkel de 1-ball als eerste raken maar moet daarna tevens ofwel een of meerdere genummerde ballen potten ofwel minimaal vier genummerde ballen tegen een band spelen als de speelbal gepot of uit de tafel gespeeld wordt of als niet voldaan werd aan de hierboven genoemde vereisten, dan is dat een foul en krijgt de aan tafel komende speler de bal in de hand over de hele tafel als bij de openingsstoot een genummerde bal uit de tafel gespeeld word, dan is dat een foul en krijgt de aan tafel komende speler de bal in de hand op de hele tafel; de uit de tafel gespeelde bal wordt niet terug gespot, tenzij het de 9-ball is.

Verder verloop van het spel
Op de stoot direct volgend op de openingsstoot mag een ‘push out’ gespeeld worden. Als de openende speler een of meerdere ballen pot, mag hij verder spelen tot hij mist, wint of een foul maakt. Als de speler mist of een foul maakt, speelt de tegenspeler op dezelfde voorwaarden verder.

De “push out”
De speler die de eerste stoot na de openingsstoot – die geldig moet geweest zijn – speelt mag een ‘push out’ spelen om de speelbal in een betere positie te leggen voor het verdere spel. Bij een ‘push out’ is het niet nodig de speelbal een genummerde bal of een band te laten raken; alle andere foulregels blijven evenwel gelden. Een ‘push out’ dient vooraf aangekondigd te wordcn, zoniet zal de stoot als een gewone stoot beschouwd worden. Alle ballen die tijdens een ‘push out’ gepot worden, blijven gepot, uitgezonderd de 9-ball, die terug gespot wordt. Een ‘push out’ is een geldige stoot zolang er geen regels worden overtreden. Een ongeldige ‘push out’ wordt overeenkomstig de overtreden regel bestraft.
Na een ‘push out’ mag de inkomende speler kiezen of hij de volgende stoot zelf speelt, of dat hij hem overlaat aan de speler van die de ‘push out’ gespeeld heeft. In beide gevallen zijn alle volgende stoten gewone stoten, die op een geldige wijze gespeeld dienen te worden. Als bij de openingsstoot de speelbal gepot werd, mag er geen ‘push out’ gespeeld worden.

Fouls
Als een speler een foul maakt, dan stopt zijn beurt. Alle ballen die hij gepot heeft blijven weg, uitgezonderd de 9-ball die terug gespot wordt. De inkomende speler krijgt de bal in de hand op de hele tafel. Maakt een speler meerdere fouls in eén enkele stoot, dan worden die als slechts een foul gerekend.

Verkeerde bal raken
Als de eerst geraakte bal niet die met het laagste nummer is, dan is dat een foul.

Geen band raken
Als men na het aanspelen van de laagst genummerde bal op de tafei geen bal pot en er wordt geen band meer geraakt, dan maakt men een foul.

Bal in hand
Als een speler de bal in de hand krijg, dan mag hij die overal op de tafel leggen zonder evenwel een genummerde bal aan te raken. Hij mag de positie steeds verbeteren tot hij afstoot.

Ballen uit de tafel spelen
Een niet-gepotte bal wordt als uit de tafel gespeelde bal aangezien als hij stil komt te liggen op een anderc plaats dan op het speelvlak van de tafel. Een bal uit de tafel spelen betekent dat men een foul maakt; zulke ballen blijven weg, tenzij het om de 9-ball gaat.

Jump- en masseerfouls
Het is een foul als de speelbal bij een poging tot jumpshot over of masseren of draaien rond een niet legale tussenliggende bal, die bal als eerste raakt.

Drie opeenvolgende fouls
Als een speler drie opeenvolgende fouls begaat in drie opeenvolgende stoten (dus zonder dat hij intussen een geldige stoot maakt), dan verliest hij het spel. De drie fouls moeten alle drie in hetzelfde spel plaatsvinden. De speler moet tussen de tweede en de derde foul – op het moment dat hij de ‘derde’ maal aan de tafel komt – gewaarschuwd worden dat hij reeds twee opeenvolgende fouls gemaakt heeft.
De beurt van een speler begint wanneer het voor hem toegelaten is een stoot uit te voeren en eindigt bij het cinde van de stoot (als hij mist, een foul begaat of het spel wint) of wanneer hij een foul maakt.

Einde van het spel
Een spel begint zodra de speelbal de hoofdlijn overschrijdt bij de openingsstoot. De 1-ball moet geldig geraakt worden bij de openingsstoot. Het spel eindigt bij de geldige stoot waarin de 9-ball gepot wordt of wanneer een speler een forfait heeft tengevolge een foul.
De ballen worden in een ruitvorm gelegd met de 1-ball op het voetpunt, en de 9-ball in het centrum van de ruit, die met de lange diagonaal op de lange lijn ligt.
De overige ballen liggen willekeurig in de ruit waarbij ze elkaar moeten raken. Het spel begint met de speelbal in de hand achter de hoofdlijn.